Mijn Vissersbestaan
Boeggolven door mijn bestaan...
Langzaam gaat de dag over in de nacht. Het lawaai en de drukte van de dag wordt langzaam overgenomen door de oorverdovende stilte van de nacht. Een enkele dappere krekel is de enige die de stilte durft te doorbreken. Er verschijnt een prachtige sterrenhemel, één zo mooi dat je er gewoon naar moet kijken. Bij iedere vallende ster wens ik een dikke vis, maar de wensen worden niet vervuld, het is er niet de plek en de tijd voor. Ik heb het ook niet nodig nu, mijn hoofd zit vol met andere zaken en ergens wil ik gewoon nu alleen de rust van de nacht, meer niet! Ik waan me voor heel even de enige mens op aarde. En de horizon, het roerloze water en de donkere silhouetten van de bomen om mij heen zijn alles wat er is en alles wat er moet zijn. Niets is storend aanwezig, veel storende dingen zijn afwezig!
Langzaam schuiven er wolken voor de sterrenhemel, het ziet er een beetje uit als een gordijn dat zich sluit na een voorstelling en ik onderdruk dan ook de neiging om te gaan applaudisseren. Ik zie hoe de wolken donkerder worden en de takken rond mijn hoofd beginnen steeds harder te fluisteren in de aantrekkende wind. Ik besluit maar om m'n stretcher op te gaan zoeken. Op het moment dat ik net lekker lig begint het een beetje te regenen. Het trage getik op het tentzijl maakt me loom en m'n oogleden zwaar. Ik val dan ook al snel in slaap. Om pas wakker te worden in de ochtend door het gezang van de vele hyperactieve vogels, wat is dat toch lekker wakker worden zeg! Het ochtend zonnetje schijnt al lekker op de tent. Ik klauter van m'n stretcher af en begin met inpakken. Geen vis gevangen vanacht, maar ach, wat maakt het uit ik ben hier in m'n element...

Tuurlijk, ook ik vang graag vis, maar als ik bijvoorbeeld een vuurrode avondzon aan de overkant tussen het riet zie wegzakken is mijn sessie eigenlijk al geslaagd. Maar ik heb het vissen gewoon nodig als uitlaatklep, mijn uitweg, de rode draad in mijn bestaan. Soms voelt het gewoon als die laatste strohalm. Terwijl de grond onder mij wegvalt is de zekerheid er dat het water er is. De rust is er, ik hoef haar alleen maar op te zoeken. Op één of andere manier heeft dit een helende invloed op mij, de kille oktober wind die het water en het riet om mij heen doet golven. Ik zie vogels boven me vertrekken naar het zuiden, in grote groepen gaan ze. Met een glimlach besef ik me dat karpervissers niet zo gek veel anders zijn. We doen wel alsof we eenlingen zijn, einzelgänger, ja vast! Uiteindelijk, als er eentje besluit andere oorden op te zoeken, dan volgen we allemaal. Want ergens anders, daar is het gras groener en de hemel blauwer. Daar schijnen de sterren nog net ietsje feller 's nachts en overdag fluiten zangvogeltjes vrolijk door elkaar. Maar dat lijkt allemaal ver weg op zo'n herfstdag als vandaag. De grauwe wolken glijden aan me voorbij maar toch geniet ik. Want ik heb weer even de rust die ik zocht, en zo verschrikkelijk hard nodig heb soms. Ik hoor de golven tegen mijn steunen aanklotsen en het rubberbootje danst dapper met de golven mee. Ik zak onderuit in mijn stoel en volg de meeuwen in hun strijd tegen de straffe zuidwester. Hoe zou het zijn om te vliegen? Geen idee, maar de vrijheid lijkt me wel wat. Toch maar even de kraag van mijn jas wat verder dicht. Zo dat is stukken beter, kou buiten, Remco-warmte binnen! Ik voel mijn oogleden zwaarder worden. De stress en drukte van het bestaan duwt ze naar beneden. Ik hoor flarden, zie foto's voor me. Momenten die soms lang, soms nog niet zo lang achter me liggen. Flarden uit mijn karperbestaan, plekken waar de wind mij bracht. In achtervolging van mijn dromen, dromen die nooit uitkomen, toch?

Heel even waan ik me weer een kind, die eerste kennismakingen met karpers. Zo gracieus en rustig als ze zich een baan zochten onder de leliebladen in 'onze' parkvijver. Onvangbaar dat waren ze, dat kon niet anders! Vossen van de onderwaterwereld werden ze genoemd had ik gehoord, omdat ze zo sluw waren. En je kon van mij als kind een hoop dingen zeggen, maar sluw was ik bepaald niet. Als ik in een wanhoopsoffensief probeerde een karper te vangen maakte ik zoveel lawaai daarbij dat binnen een straal van 100 vierkante meter gelijk alle karpers stopten met azen. Kansloos dus. Ach, boeggolven kunnen ook best mooi zijn.. soms!
Jaren later, wie had ooit gedacht dat ze vangbaar waren? Nu had ik het niet eens meer over een karper, alleen nog maar over die ene karper! Gericht achter een bepaalde vis aanzitten, terwijl het me eerder niet eens lukte om een karper te vangen! Raar hoe het kan lopen. Ik zal nooit dat moment vergeten.. ik had moeten weten dat we weer oog in oog zouden komen! Ik wist dat ze er zwom, maar had nooit verwacht dat ze zo dichtbij zou komen liggen. Wat zal er tussen ons gezeten hebben? 2 meter hoog uit! Ik zat voor me uit te staren, maar iets voelde raar. Er bekroop me een onbehaaglijk gevoel, toen was daar die schim voor mijn voeten. Daar lag ze, in al haar pracht! Wow hartslag rustig, helder nadenken Remco! Maar nadenken hoe ging dat ook al weer? Even kan ik niets, alleen maar kijken. Zelfs ademhalen durf ik amper. Het moment is zo intens, dat ik bang ben om het te verbreken. Zo dichtbij, maar tegelijk zo verschrikkelijk ver weg nog! Het is zelfs alsof ze me aankijkt, ik kan het gewoon niet anders omschrijven. Ik weet niet hoe lang we oog in oog stonden met elkaar, het kan seconden, het kan minuten geweest zijn. Maar toen ze weg draaide, haar prachtige flank toonde en mij met een boeggolf achterliet was ik weer eventjes terug in de tijd. Toen ik altijd alleen maar boeggolven kreeg als dank. Maar mijn lot was bezegeld. Ooit zou ze voor mij zijn, dat beloofde ik mezelf plechtig die dag! Wist ik veel dat het nog 4 jaar zou duren? Zo'n belofte is snel gemaakt, maarja andere wateren, misschien niet genoeg ruggengraat van mijn kant, maar ik raakte haar uit het oog. Het is dat ik er op weg naar werk een keer langs kwam, en daar was ze weer. Alsof we elkaar nooit vergeten waren, de nacht erop om half 4 of zo na een oneindige reeks brasems was het zover. Op het moment dat ik de beet kreeg wist ik welke vis het was. Het klinkt stom en misschien is dat het ook wel, maar ik hoefde niet eens te kijken in het net welke vis erin lag. Het bewustzijn was er gewoon. Het moest zo zijn, punt!

Ik balde mijn vuisten en in het weerkaatsen van mijn eigen yes hoorde ik de emotie. Terwijl de echo wegebt in mn gedachten gaat er een ander hoofdstuk open, de weg naar het zuiden ligt voor me. De trekvogels achterna! Ook ik viel voor de verleiding van de Franse monsterkarpers. Inmiddels al zoveel weken, meer als een halfjaar al in totaal. Het duurde zo lang voordat ze er kwamen. De vissen waarvan ik zo droomde. Maar ik genoot van het zijn aan de waterkant, het gezelschap van zielsverwanten, vriendschap op zijn aller mooist. De weken vlogen altijd voorbij. Maar de echte reuzen bleven voor mij een beetje zoals de karpers in de parkvijver tijdens mijn kinderjaren, mooi en gracieus maar totaal onvangbaar. En dan onder het mom van jezelf een onmogelijk hoog doel stellen had ik in een boek een foto van een vis gezien. Dat moest het dan worden, 'mijn' reus! Ik wist waar ze haar rondjes zwom, dit deed ze al vele jaren. Het was al 8 jaar geleden dat de foto in het boek gemaakt was en toen was ze al geen jong dier meer. En dan heb je een week tot je beschikking, niet 4 jaar zoals mijn vorige doel. Ach ja dromen zijn bedrog, toch? Ook deze week ging weer snel, veel te snel voorbij. Ik ving me drie slagen in de rondte en een aantal zeer mooie vissen waren al mijn net in gezwommen, want zo voelde het. Soms heb je gewoon een sessie waarop alles lijkt te lukken, dus ergens verbaasde me het weinig, aan de andere kant was de klap groot. In eerste instantie het ongeloof, want alles gaat zo snel. Het ene moment sta je te drillen een fractie later zie ik de naald van de weegschaal verder gaan als dat hij ooit ervoor is gegaan bij mij. Het volgende moment hoor ik de camera's om me heen klikken en ik kijk voor me en daar ligt ze, veilig in mijn armen. Het voelt vertrouwd maar toch ook weer heel vreemd. Als ik haar terug laat glijden in het water fluister ik haar een bedankje toe. Ik kijk haar na en kan even helemaal niets meer. De wereld draait alleen om mij en dit water voor mijn gevoel. Het is stil om me heen, of misschien hoor ik tijdelijk niets meer. Ik zie hoe de boeggolf die ze achterlaat langzaam uitrolt en wegebt. En het water is weer strak, zo strak als een spiegel. Alsof niets gebeurd is en niets verandert is. Maar voor mij is alles verandert. Nu is er nog de rust, maar weldra zullen de smsjes komen. Ik hoor de kiestoon, een paar keer gaat de telefoon over. Dan wordt er opgenomen. "Met Ben", klinkt het opgewekt aan de andere kant. "Hey pa, met mij" stamel ik nauwelijks hoorbaar. Ik voel de tranen opwellen in mijn ogen en een brok ter grote van een sinaasappel in mijn keel schieten. "Hoe zwaar?" is het enige wat er aan de andere kant klinkt. Ik fluister de cijfertjes en luid gejuich komt me door de telefoon tegemoet. Cijfers kunnen best gelukkig maken, voor even althans...
Door: Remco Grit



